Afkortingen en termen in cryptocurrency

Welke – vaak gebruikte – afkortingen en termen komen voor in cryptocurrency?

Er zijn veel vaak gebruikte afkortingen en termen in cryptocurrency die buiten de traderswereld niet worden gebruikt en het is lastig om een gesprek te volgen waarbij veel van dit soort afkortingen en termen worden gebruikt.

Soms heb je dan het gevoel dat je een andere taal aan het lezen bent.

Om dat te voorkomen vind je hieronder de meest voorkomende afkortingen en termen op een rij.

En bekijk vooral ook de andere onderwerpen voor beginners onder het kopje “Basiskennis”.

Vaak gebruikte afkortingen en termen in cryptocurrency

Afkortingen en termen in cryptocurrency

Meer weten over traden? Join onze Telegramgroep!

 

De meest gebruikte afkortingen in cryptocurrency

A&E = Adam & Eve (candlestick formatie)

AMM = Automated Market Maker. Een alternatief principe voor een orderbook dat te maken heeft met liquidity pools

ATH = All Time High (de hoogste prijs die een coin ooit heeft bereikt)

ATL = All Time Low (de laagste prijs die een coin ooit heeft bereikt)

BB = Bollinger bands (indicator)

BO = Break Out – soms ook gebruikt voor Buy order – (wanneer een coin door de resistance breekt)

BTFD = Buy The F*cking Dip

CtW = Coins to Watch

DCA = Dollar Cost Average (buyorders verdelen zodat de gemiddelde aankoopprijs lager wordt)

DXY (Dollar Index) = Vergelijkt de waarde van de dollar ten opzichte van de 6 belangrijkste handelspartners van de US. Euro (EUR), Japanse yen (JPY), Britse pond (GBP), Canadese dollar (CAD), Zweedse kroon (SEK) en Zwitserse Frank (CHF). Geen crypto, maar heel belangrijk om in de gaten te houden.

DYOR = Do Your Own Research (dit spreekt voor zich maar wordt ook wel gebruikt als grapje wanneer iemand vraagt welke coin goed is om in te investeren)

EMA = Exponential Moving Average (indicator)

EQ = Equilibrium (het midden). Wordt ook gebruikt om het midden van een range aan te duiden op een chart

EW = Elliott Wave

FA = Fundamental Analyse (Analyse op basis van het project, het team en bullish of bearish nieuws van een bepaalde coin)

Fib = Fibonacci (tool die wordt gebruikt om retracement of target te bepalen)

FOMO = Fear of Missing Out (Bang om een mooie kans te missen en alsnog – vaak veel te hoog – instappen)

FTA = First Trouble Area

FUD = Fear, Uncertainty and Doubt (Angst, Onzekerheid, Twijfel)

FW = Falling Wedge

HFSP = Have Fun Staying Poor

HH = Higher High

HL = Higher Low

HODL = Hold On for Dear Life (dat is iets waar wij in onze groep niet zo goed in zijn :P)

HTF = High Timeframe (monthly, weekly, daily)

HVN = High Volume Node. HVN is een punt in de indicator VPVR (Volume Profile Visible Range) waar veel meer volume getrade wordt dan gemiddeld

H&S = Head and Shoulders ( zichtbaar te maken met een tool in Tradingview)

Ichi = Ichomoku Cloud (indicator)

IHS = Inversed Head and Shoulders (zichtbaar te maken met een tool in Tradingview)

KYC = Know Your Customer (Identificatie met paspoort of ID-kaart)

LH = Lower High

LL = Lower Low

LTF = Lower Timeframe

LVN = Low Volume Node. LVN is een punt in de indicator VPVR (Volume Profile Visible Range) waar veel minder volume getrade wordt dan gemiddeld

MA = Moving Average (indicator)

MS = Market Structure

OB = Orderblock (soms ook gebruikt voor Orderbook)

OBV = On Balance Volume (deze indicator laat de hoeveelheid volume zien op een bepaald prijsniveau)

OCO = One Cancels Other (target en stoploss tegelijk)

OI = Open Interest. OI geeft het aantal openstaande long en short posities aan.

PA = Price Action

PF = Portfolio

PnL = Profit & Loss. PnL betekent Winst en Verlies. Deze winst of verlies kan zijn: 1. unrealized (percentage winst/verlies kan nog veranderen omdat de positie nog open staat) of 2. realized (winst/verlies staat vast omdat de positie gesloten is).

POB = Point of Breakdown

POC = Point of Control – Indicator Visible Range

RSI = Relative Strength Index

RW = Rising Wedge

SAFU (Funds are SAFU) = Secure Asset Fund for users. Deze term wordt gebruikt door Binance om aan te duiden dat verloren funds door – bijvoorbeeld – een hack gedekt worden door Binance.

SAT = Afkorting van Satoshi (Nakamoto – ontwikkelaar van bitcoin). Eén Satoshi is gelijk aan 0,00000001 BTC (honderd miljoenste van een Bitcoin). Er zitten 100.000.000 Satoshi’s in 1 bitcoin.

SFP = Swing Failure Pattern (wordt soms omgedraaid – zie SPF)

SL – stoploss

SO = Sell Order

SPF = Swing Pattern Failure

S/R-flip – support/resistance flip (wanneer een coin door support heenzakt en de supportzone resistance wordt (of andersom)

STF = Short Timeframe

TA = Technische Analyse (Analyse op basis van charts)

TLDR = Too long, didn’t read (te lang om te lezen). De afkorting wordt gebruikt wanneer een samenvatting wordt gegeven van een lang artikel dat vanwege de lengte vaak wordt genegeerd

TP = Take Profit

TV = Tradingview (platform waar je charts op kunt maken)

VPVR = Volume Profile Visible Range (Indicator op Tradingview)

YOLO = You Only Live Once. Deze uitdrukking wordt vaak gebruikt wanneer je in een trade gaat zonder er van tevoren over na te denken of dat wel verstandig is (een YOLO trade).

Termen die vaak worden gebruikt in crypto

Accumulatie = Het geleidelijk kopen van een coin zonder dat de koers snel wordt opgedreven. Het is een fase die aan een sterke stijging vooraf gaat.

Airdrop – Een airdrop is een manier om de aandacht te vestigen op een bepaalde coin die pas op de markt is. Er worden kleine hoeveelheden coins gratis verspreid onder het grote publiek bij wijze van marketingstrategie.

Altcoin = Afkorting van “”Alternatieve coin”. Behalve bitcoin vallen alle andere coins onder “Altcoin”.

Bagholder = Een hodler die zijn coins niet op tijd heeft verkocht en daarom heeft besloten om ze te houden totdat ze weer stijgen.

Bear market = een langdurige periode dat de markt het slecht doet (geldt ook voor traditionele markten).

Bitcoin Pizza Day = Op 22 mei wordt elk jaar Pizza Day “gevierd”. Op 22 mei 2010 bestelde Laszlo Hanyecz 2 pizza’s in pizza-restaurant papa John’s. Hij betaalde daarvoor 10.000 bitcoin (destijds $41).

Blockchain = Blockchain is een database waarin transacties opgeslagen kunnen worden. Dat kunnen allerlei soorten transacties zijn. In het ene geval gaat het om betalingen met crypto, in het andere om belangrijke gegevens die worden uitgewisseld tussen 2 partijen. Het is dus niet specifiek voor bitcoin en alts bedoeld maar kan ook veel breder gebruikt worden.

Bull market = een periode waarin bitcoin en vrijwel alle andere coins flinke prijsstijgingen meemaken (geldt ook voor traditionele markten).

Catching a falling knife = na een daling een coin (of bitcoin) opvangen op een sterk support.

Chop, choppy = Wanneer de markt zijwaarts gaat zonder een duidelijke richting te kiezen dan noemen we dat een “choppy market” die lastig is te traden.

Confirmation = Voordat je een trade aangaat is het altijd verstandig om te wachten op confirmation (bevestiging) van – bijvoorbeeld – candle close, bounce van support/resistance etc.

Confluence = Wanneer een combinatie van minimaal 2 factoren samenkomen en een coin support of resistance geven (bijv. horizontale zone, divergence, trendlijn, EMA etc.).

Consolidatie = Wanneer de prijs zijwaarts beweegt zonder echt duidelijk nieuwe highs of lows te maken.

Delisting = Wanneer een coin van een exchange wordt verwijderd (soms alleen bepaalde pairs). Dit kan soms een dump van de coin veroorzaken.

Deviation = Hetzelfde als een fake-out (wanneer de candles even buiten – bijvoorbeeld – een range komen en daarna weer terug in de range gaan.

Distributie = Dit is wanneer beleggers beginnen met het nemen van winst. De distributiefase kenmerkt zich vaak door een zijwaartse beweging totdat er geen kopers meer zijn en de prijs begint te dalen.

Divergence = wanneer een oscillator (zoals RSI of MACD) in tegengestelde richting beweegt van de candlesticks.

Dollar Cost Average = Buyorders verdelen over een buyzone of – voor hodlers van een coin – op bepaalde strategische punten steeds wat bijkopen.

Dollar Index (DXY) = Vergelijkt de waarde van de dollar ten opzichte van de 6 belangrijkste handelspartners van de US. Euro (EUR), Japanse yen (JPY), Britse pond (GBP), Canadese dollar (CAD), Zweedse kroon (SEK) en Zwitserse Frank (CHF). Geen crypto, maar heel belangrijk om in de gaten te houden.

Downtrend = De candlesticks maken lower lows en lower highs

Do Your Own Research (DYOR) = een goede tip. Zelf onderzoek doen (met behulp van DTC) is altijd beter dan blindelings in een coin stappen omdat anderen het zeggen.

Dump = Een coin die in een kort tijdsbestek veel zakt.

Equilibrium = Het midden. Wordt ook gebruikt om het midden van een range aan te duiden op een chart

Exchange = Een platform waar kopers en verkopers cryptocurrency kunnen verhandelen.

Fake-out = Wanneer een coin een break-out lijkt te krijgen en toch weer binnen of op (bijvoorbeeld) een range, horizontal support/resistance of trendlijn terugkomt. Zie ook “Deviation”.

Falling knife catchen = Wanneer de prijs hard aan het dalen is instappen op een laag punt (vlak voordat de coin omhoog gaat bouncen).

Fear Of Missing Out (FOMO) = Bang om een mooie kans te missen en daarom – veel te hoog – alsnog instappen.

Fear, Uncertainty and Doubt (FUD) = Angst, onzekerheid en twijfel zaaien door geruchten te verspreiden zonder grond van waarheid.

Fiat = Alle valuta die de overheid als wettig betaalmiddel ziet (in crypto noemen we USDT ook fiat omdat USDT dezelfde waarde heeft als de dollar).

Fundamental Analyse (FA) = Analyse op basis van het project, het team en bullish of bearish nieuws van een bepaalde coin.

Funds are SAFU = Secure Asset Fund for Users. Deze term wordt gebruikt door Binance om aan te duiden dat verloren funds door – bijvoorbeeld – een hack gedekt worden door Binance.

Funding Rates = Een verrekening om disbalans tussen longs en shorts te voorkomen.

Halving = Bij een halving wordt de beloning voor het minen van een bepaalde coin gehalveerd (niet te verwarren met de waarde van een coin, die blijft dan vanzelfsprekend hetzelfde).

Hedgen = Je kapitaal beschermen tegen een eventuele daling. Voorbeeld: wanneer je 10 bitcoin totaal hebt waarvan er 9 in alt longs of in bitcoin zitten die je wil beschermen tegen een eventuele daling in dollars dan open je met 1 bitcoin een short met 9x leverage waardoor je onder aan de streep niet in bitcoin zit. Als Bitcoin gaat dalen zal je door de daling van BTC geen USDT verliezen. Win je je altcoin trades dan heb je gewoon winst. Verlies je je altcoin trades dan heb je verlies volgens je risicomanagement.

Hold On for Dear Life (HODL) = Je coins vasthouden en zelfs bij verlies niet verkopen omdat je hoopt dat het ooit weer goed komt. De uitdrukking is ooit ontstaan doordat iemand het woord “hold” verkeerd spelde.

Knife catch (catching a falling knife) = na een daling een coin (of bitcoin) opvangen op een sterk support.

Know Your Customer (KYC) = Identificatie op een exchange met paspoort of ID-kaart.

Liquidity (liquiditeit) = Liquidity refereert aan hoe snel je bitcoin of alts kunt kopen of verkopen voor een stabiele prijs. Wanneer op een bepaalde plek veel liquidity is dan zullen je orders sneller gefilled worden.

Listing = Wanneer een coin op een exchange wordt toegevoegd en je er mee kunt gaan handelen.

Margin traden = Traden met leverage. Je leent hiervoor een gedeelte van je inzet en brengt zelf ook een gedeelte in. Leverage betekent dat je – bijvoorbeeld – 3x zoveel winst hebt bij stijging (je moet dan zelf bepalen welke leverage je instelt). Houd er echter rekening mee dat het verlies in dat geval ook 3x zoveel is. Margin houdt dus meer risico in en is alleen geschikt voor zeer ervaren traders.

Marketorder = Een order die niet in het orderbook komt maar waarmee je direct een coin koopt of verkoopt zonder een vaste prijs in te stellen waarvoor je de coin wil verhandelen.

Market Structure = De prijs is in uptrend (er worden higher highs en higher lows gemaakt) of in downtrend (er worden lower highs en lower lows gemaakt).

Momentum = De snelheid waarmee de prijs beweegt.

Moon (To The Moon) = Een term die gebruikt wordt om aan te geven dat een coin heel erg stijgt (of dat de verwachting is dat de coin flink gaat stijgen).

Open Interest (OI). Open Interest geeft het aantal openstaande long en short posities aan.

One Cancels Other (OCO) = Dit is een order waarbij (nadat een coin is aangeschaft) een Stoploss en target tegelijk geplaatst kunnen worden. Wanneer één van beide orders is gehit dan wordt de andere order automatisch gecancelled.

Point of Control (POC) = het punt waar het meeste trade volume is in het desbetreffende time level / indicator: Visible range

Price Action (PA) = Traden op PA houdt in dat je trade op een chart met alleen candles en volume (zonder verdere indicatoren)

Price Discovery = Wanneer een coin boven zijn ATH (All Time High) of onder zijn ATL (All Time Low) is gekomen zodat er geen referentiepunten meer zijn uit het verleden waar houvast te vinden is voor een target of support.

Profit & Loss (PnL). PnL betekent Winst en Verlies. Deze winst of verlies kan zijn: 1. unrealized (percentage winst/verlies kan nog veranderen omdat de positie nog open staat) of 2. realized (winst/verlies staat vast omdat de positie gesloten is).

Pump = Een coin die in een kort tijdsbestek veel stijgt.

Pump en Dump (P&D) = Een groep mensen die de prijs van een (goedkoop) verkregen coin opvoeren. Wanneer zij goedkoop hebben ingekocht maken ze er veel reclame (pump) voor, in de hoop op een flinke prijsstijging. Wanneer de pump is geslaagd (prijs staat flink hoger), dumpen ze de munt. Andere mensen zijn hier dan de dupe van omdat zij vaak de top en niet op tijd zijn met verkopen.

Range = Wanneer een coin tussen een low en een high (of omgekeerd) zijwaarts trade.

Rejection = Wanneer de prijs tot een bepaald level komt (bijvoorbeeld een horizontal resistance) en er dan een afwijzing van de prijs op dit level komt en terugzakt.

Rekt = Rekt is net als HODL verkeerd gespeld. Rekt komt van het Engelse woord ‘wrecked’ wat betekent “vernield”. Wanneer iemand Rekt is dan betekent dit dat iemand veel geld heeft verloren door niet op tijd uit een coin te stappen.

Rejection (rejectie) = Wanneer een coin tegen de resistance/support botst en er niet doorheen komt en weer daalt/stijgt.

Resistance = Een resistancelijn geeft weerstand op een prijsniveau dat door veel verkopers wordt ondersteund. De prijs heeft dan moeite om daar doorheen te komen.

SAFU (Secure Asset Fund for Users) = Zie Funds are SAFU.

Satoshi (sat) = Eén Satoshi is gelijk aan 0,00000001 BTC (honderd miljoenste van een Bitcoin). Er zitten 100.000.000 Satoshi’s in 1 bitcoin.

Shorten (short gaan) = Shorten is een asset (bijvoorbeeld bitcoin) lenen om te verkopen met het idee om deze op een later moment goedkoper terug te kopen.

Stablecoin = Bijvoorbeeld USDT die altijd stabiel blijft en dezelfde waarde heeft als de US-Dollar.

Support = Een supportlijn geeft steun op een prijsniveau waar veel kopers weer willen instappen. Vaak volgt dan een bounce omhoog.

SWAP = Wanneer een coin overschakelt op een ander netwerk in de blockchain. Vaak krijgt de coin dan een andere naam. Binance support swaps bijna altijd. Wanneer je coins op Binance staan (en niet voor die tijd gedelist worden zoals laatst met INS gebeurde) dan hoef je zelf niets te doen.

Swing Failure = Falen om een nieuwe swing high of swing low te maken. Stophunt aan het einde van een up- of downtrend (voorteken trend reversal/verandering).

Tanken = Hoewel de naam anders doet vermoeden betekent dit dat een coin heel erg in waarde aan het dalen is.

Too long, didn’t read – te lang om te lezen (TLDR). De afkorting TLDR wordt gebruikt wanneer een samenvatting wordt gegeven van een lang artikel dat vanwege de lengte vaak wordt genegeerd

Top Down analyse = Een coin analyseren van hoog naar laag timeframe te beginnen op weekly (soms monthly), daily, 4H en lager.

Two Factor Identification (2FA) = Een authenticatie methode waarbij je twee stappen succesvol moet doorlopen om toegang te krijgen tot – bijvoorbeeld – Binance.

Uptrend = De candlesticks maken higher lows en higher highs

Volatility = Dit betekent in het Nederlands “beweeglijkheid”. Een hoge volatility betekent dat de koers van een coin sterk stijgt en daalt binnen een korte periode.

Volume = Dit is het handelsvolume van een bepaalde coin over een bepaalde periode.

Wallet = Een wallet (portemonnee) wordt gebruikt om een bepaalde coin in op te slaan. Dit kan offline op een Ledger maar ook op Binance heeft elke gebruiker zijn/haar eigen wallet voor elke coin.

Weak hands = Een term die gebruikt wordt voor handelaren die bij een daling in prijs de coin niet in bezit durven te houden en verkopen.

Whale = Iemand die veel invloed kan uitoefenen op de markt omdat hij een grote hoeveelheid van een bepaalde coin bezit.

When lambo? = Deze crypto-meme kom je vaak tegen in community’s. Het betekent eigenlijk: wanneer koop jij een lamborghini van je cryptowinsten?

YOLO trade = in een trade stappen zonder plan en zonder erover na te denken of het wel verstandig is om erin te stappen (YOLO = You Only Live Once).